Op 11 april 1961 begon in Jeruzalem het proces tegen Adolf Eichmann, de man die werd beschouwd als een van de hoofdverantwoordelijken voor de massamoord op de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de zaal zat ook een verslaggever van Joodse komaf met wie Eichmann bijzonder genoeg een aantal kenmerken deelde: beiden waren geboren in 1906, beiden waren in de jaren 40 gevlucht naar de Amerika’s, en beiden hadden zich, op geheel eigen wijze, beziggehouden met het totalitarisme. De verslaggever was de filosofe Hannah Ahrendt. Haar verslag van dit proces zou een onuitwisbare impact hebben op het debat over de oorzaken van de holocaust, en ook de vraag: hoe kan een ‘normaal’ persoon onderdeel zijn van een kwaadaardig totalitair systeem?
